De markt, Plaats waar je buiten boodschappen kunt doen, De appel, Een soort fruit, rood of groen, De groente, Sla, wortel, paprika, tomaat, De bakker, Een persoon of winkel waar je brood kan kopen, Het brood, Eten dat je bij de bakker verkoopt of koopt, De slager, Een persoon of winkel waar je vlees kan kopen, Het vlees, Eten dat je bij de slager verkoopt of koopt, De supermarkt, Een winkel waar je alles kan kopen, Boodschappen doen, Naar winkels gaan om eten of andere dingen te kopen, De winkel, Een plaats waar je iets kan kopen, Kopen, Geld uitgeven om iets te krijgen.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

)
Continue editing: ?