Wat heb je (doen)?, Wat heb je (eten)?, Wat hebben jullie (drinken)?, Wat heeft hij (spelen)?, Waar heeft zij (werken)?, Wat hebben zij (leren)?, Hoe lang ben jij daar (blijven)?, Mijn zoon heeft met de buurjongen (vechten)., Heb je een nieuwe telefoon (kopen)?, Hoe laat ben je naar huis (gaan)?, Wat heeft hij (krijgen)? , Heb ik je goed (helpen)?, Is Pjotr zijn portemonnee (verliezen)?, Wanneer zijn zij (komen)?, Heb ik teveel (betalen)?, Met wie heb jij (spreken)?, Heb jij dit weekend jouw vader (bezoeken)?, Als kind heb ik mijn been (breken)., Ik heb mijn kinderen om 7:30 naar school (brengen)..

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

)
Continue editing: ?