Waarom wil ze geen tasje? (Ze heeft al een boodschappentas.), Waarom eet je niet? (Ik heb geen honger.), Waarom kun je me niet helpen? (Ik heb geen tijd.), Waarom ga je vanmiddag naar de sportschool? (Ik ga straks sporten.), Waarom ga je niet mee naar het museum? (Het museum is vandaag gesloten.), Waarom eet ze geen vlees? (Ze is vegetariër.), Waarom kom je zaterdag niet naar het feest? (Ik moet dan werken.), Waarom wil hij niet naar de bioscoop? (Hij is heel moe.), Waarom neem je geen voorgerecht? (Ik wil een toetje.), Waarom doe jij de boodschappen? (Mijn partner kookt vanavond.).

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

)
Continue editing: ?