blijf, blijven, 1pers sg, reist, reizen, 2 pers sg, kook, koken, 1 pers sg, loopt, lopen, 3 pers sg, neem, nemen, 1 pers sg, ligt, liggen, 2 pers sg, praat, praten, 1 pers sg, spreekt, spreken, 3 pers sg, werken, werken, 1 pers pl, belt, bellen, 2 pers sg, weet, weten, 3 pers sg, luistert, luisteren, 2 pers sg , ben, zijn, 1 pers sg, is, zijn, 3 pers sg, hebt, hebben, 2 pers sg, heeft, hebben, 3 pers sg, eet, eten, 1 pers sg, ga, gaan, 1 pers sg, doe, doen, 1 pers sg, leest, lezen, 2 pers sg, geef, geven, 1 pers sg, komt, komen, 3 pers sg, zie, zien, 1 pers sg, kleed, kleden, 1 pers sg, redt, redden, 3 pers sg.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

)
Continue editing: ?