Ik kijk tv., Ik heb tv gekeken., Ik doe boodschappen., Ik heb boodschappen gedaan., Ik drink koffie., Ik heb koffie gedronken. , Ik ontbijt., Ik heb ontbeten., Ik krijg een cadeau., Ik heb een cadeau gekregen., Ik sta vroeg/laat op., Ik ben vroeg/laat opgestaan., Ik zie een leuke film op Netflix., Ik heb een leuke film op Netflix gezien., Ik zit op een terrasje., Ik heb op een terrasje gezeten., Ik spreek Nederlands met mijn buurman., Ik heb Nederlands gesproken met mijn buurman., Ik loop in het park. , Ik heb in het park gelopen., Ik lees een boek., Ik heb een boek gelezen., Ik eet frietjes., Ik heb frietjes gegeten., Ik koop nieuwe kleren., Ik heb nieuwe kleren gekocht., Ik ben in Antwerpen., Ik ben in Antwerpen geweest., Ik blijf thuis., Ik ben thuisgebleven., Ik ga naar Brussel. , Ik ben naar Brussel gegaan. , Ik spreek met vrienden af. , Ik heb met vrienden afgesproken. , Ik wandel in het bos., Ik heb in het bos gewandeld. , Ik werk. , Ik heb gewerkt. , Ik sport. , Ik heb gesport. , Ik bezoek een museum. , Ik heb een museum bezocht., Ik studeer Nederlands. , Ik heb Nederlands gestudeerd. , Ik zwem in het zwembad. , Ik heb gezwommen in het zwembad. , Ik maak soep., Ik heb soep gemaakt. .

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?