aanwezig, Akram heeft vakantie. Hij is niet ____ op school., de geboorte, Gefeliciteerd met ____________ van je zoon. Wat is zijn naam?, het bezoekuur, Mijn vrouw ligt in het ziekenhuis. Ik ga straks naar _______ ., opgelucht, Alles is goed gegaan. We zijn _____________., doodmoe, Ik slaap slecht. Ik ben _____________., internationaal, Nike is een _______________ bedrijf. Ze verkopen in veel landen., centimeter, Een meter is honderd ________________., dadelijk, Ik heb nu weinig tijd. Ik bel je ________ nog even., noemen, Wij ________ onze dochter Rahaf., legitimatiebewijs, Je paspoort is een ____________., aangifte, U moet binnen drie dagen na de bevalling ____ doen., nogmaals, Ik heb het niet verstaan. Wil je het ____ zeggen?.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

)
Continue editing: ?