Ik wacht ... mijn vriend., op, aan, Ze praten ... hun docent., aan, met, Ze kijkt ... haar dochter., naar, aan, We dromen ... de buurman., met, over, Ik stuur een e-mail ... mijn broer., voor, naar, Ze geven een cadeau ... hun docent., aan, met.

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

)
Continue editing: ?