Je gooit per ongeluk een kop koffie om., Je had beloofd om boodschappen te doen, maar je hebt het niet gedaan., Je botst tegen iemand aan., Je bent een afspraak met je vriend(in) vergeten., Twee vrouwen staan te praten in het gangpad van de supermarkt. Je wilt erlangs., Je wordt tijdens een vergadering onderbroken, maar je wilt je verhaal afmaken., Je zou een korte presentatie voorbereiden, maar je had geen tijd., Jouw baas staat met een collega te praten, maar je moet hem dringend iets vragen..

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?