Ik ga niet naar de bioscoop, omdat ik de film niet leuk vind., Ik ga niet naar school, omdat ik ziek ben., Ik ga naar bed, omdat ik moe ben., Sarah leert Nederlands, omdat ze in Nederland woont., We nemen een paraplu mee, omdat het hard regent., Ali eet een appel, omdat hij honger heeft., Ik doe het raam dicht, omdat het koud is., De kinderen zijn blij, omdat ze vakantie hebben., Wij gaan met de trein, omdat de auto kapot is., Fatima koopt brood, omdat ze geen brood meer heeft., Ik kan niet komen, omdat ik moet werken., Hij drinkt thee, omdat hij geen koffie lust., We gaan naar het park, omdat het mooi weer is., Mijn collega komt niet, omdat hij hoofdpijn heeft., Ik drink melk, omdat dat gezond is., Ahmed gaat naar de dokter, omdat hij pijn heeft., Zij draagt een zonnebril, omdat de zon schijnt., We eten thuis, omdat het restaurant gesloten is., Ik fiets naar school, omdat ik geen auto heb., De buurvrouw is blij, omdat zij jarig is.

omdat ontwarren (beginner)

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?