1) (ontbijten) Heb je al.................................? 2) (betalen) Ik heb alle rekeningen....................... 3) (zwemmen) Heb je lekker............................? 4) (veranderen) Heb je je kamer.........................? 5) (aankomen) Hoe laat............... het vliegtuig.......................? 6) (zijn) ...... je al bij de nieuwe buren.......................? 7) (hebben)................. jij al een vaccinatie.......................? 8) (inschrijven) Ik................... me voor de cursus...................... 9) (zeggen) Wat................... de baas tegen jou ..........................? 10) (trouwen)................ je dochter al ..........................? 11) (oversteken) De kinderen .................... de straat ...................... 12) (schrikken) We ................... heel erg ................................. 13) (ophangen) Waar .............. u uw jas .........................? 14) (eten) Ik ben misselijk want ik................... teveel ...................... 15) (parkeren) Ik ..... mijn auto in de parkeergarage............... 16) (beginnen) Hoe laat ................ de film .........................? 17) (vragen) .................... jullie dat aan de chef .......................? 18) (krijgen) Wat .................. jij voor je verjaardag....................? 19) (begrijpen) ........................ jullie de opdracht ....................? 20) (aantrekken) Het is koud buiten. ....... je wel een warme trui ......................?

vtt overzichtsoefening

by

Leaderboard

Visual style

Options

Switch template

Continue editing: ?